Philia - ΦΙΛΙΑ
Belgian Area of Interdisciplinary Exchanges on the Mediterranean Antiquity and its Survival
Home
Subscribe
Post a message
Universitary institutions in Belgium
Activities
PhD Projects
Contact
Naam: Tim Denecker Werktitel: Language Origins and Language Classification in the Writings of Early Christian Latin Authors. Instelling: K.U.Leuven; OE Frans, Italiaans, Comparatieve taalkunde Promotor: prof. dr. Pierre Swiggers; co-promotoren: prof. dr. Gert Partoens, dr. Toon Van Hal Aanvangsdatum: 15 oktober 2011 Samenvatting: Mijn doctoraatsonderzoek omvat een systematische en comparatieve studie van de opvattingen van vroegchristelijke Latijnse auteurs over de oorsprong en de functie van taal en over de verscheidenheid, evolutie en onderlinge relaties van talen. Deze opvattingen vormden voor latere auteurs een belangrijke bron van taaltheoretische en taalhistorische visies, en zijn vanuit historiografisch standpunt vooralsnog onvoldoende bestudeerd. 1. Afbakening van het onderzoeksdomein Het te onderzoeken corpus bestaat uit vroegchristelijke Latijnse teksten vanaf Lactantius (3de/4de eeuw) tot en met Isidorus van Sevilla (6de/7de eeuw). In dit corpus figureren naast Augustinus en Hiëronymus ook veel minder bekende auteurs. De heuristiek van het onderzoek is gebaseerd op werkinstrumenten zoals: (a) de gedetailleerde index linguisticae in vol. 221 (cols. 643-752) van Migne’s Patrologia Latina, online beschikbaar via de Patrologia Latina Database
; (b) digitaal beschikbare databases: Library of Latin Texts A + B (Brepols), Monumenta Germaniae Historica (Brepols), Finding Augustine
en de bibliografie die aangeboden wordt op de website van het Zentrum für Augustinusforschung (Würzburg); (c) studies over en commentaren bij de primaire teksten. Via de lectuur van het corpus van primaire teksten en het onderzoek naar al dan niet geëxpliciteerde bronnen van de primaire auteurs zal ik het corpus als een dynamisch netwerk bestuderen. Het relevante tekstmateriaal zal samen met de intertekstuele relaties verzameld worden in een digitale database. Middels een raster van vooraf bepaalde parameters kunnen dan specifieke stellingnames van auteurs in verband met taaloorsprong, -functie(s) en -relaties in kaart gebracht en onderling vergeleken worden. 2. Onderzoeksvragen Het corpusgerichte onderzoek, gebaseerd op de hiervoor beschreven systematische analyse via een interpretatief raster, beoogt een vergelijkende studie van de taalopvattingen van de vroegchristelijke Latijnse auteurs. De bronteksten zullen onderzocht worden met het oog op hun linguïstisch-historiografische, maar ook hun theologisch en ‘ideologisch’ relevante inhoud. (a) Linguïstische vraagstelling: Centraal staan hier de volgende onderzoeksvragen: - welke talen waren gekend (worden genoemd) door de bestudeerde auteurs? In welke context en met welke terminologie gebeurt dit? - welke uitspraken worden gedaan over relaties tussen talen en om welk type van relaties gaat het concreet? - hoe wordt taalverandering benaderd en welke oorzaken legt men eraan ten grondslag? Wordt er specifiek iets gezegd over de evolutie van het Latijn? - welk verband ziet men tussen taal en ethos (mores) of tussen taal en cultuur? - wordt er een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de sociaal en geografisch bepaalde veelheid aan talen en anderzijds een universele, ‘innerlijke’ taal? Welke uitspraken worden gedaan over meertaligheid? (b) Theologische vraagstelling: Centraal staan hier de volgende onderzoeksvragen: - hoe gaan de auteurs om met (cruciale) Bijbelse bronteksten in verband met taal? - welk statuut wordt toegekend aan de drie ‘gewijde’ talen? - in welke mate spelen theologische doctrines/debatten en exegetische discussies een rol bij de behandeling van taalgegevens? - welke visies worden geformuleerd over het ‘woord van God’? (c) ‘Ideologische’ vraagstelling: Centraal in de ‘ideologische’ vraagstelling staat de vraag in welke mate de opvattingen over taal een specifieke ‘(vroeg)christelijke’ kleuring vertonen. Daarnaast zal ook aandacht uitgaan naar de verhouding van de taalopvattingen van de vroegchristelijke Latijnse auteurs tot hun niet-christelijke tijdgenoten en voorgangers.